|
Article in other languages:
|
Silezië (Pools: Śląsk; Duits: Schlesien; Tsjechisch: Slezsko) is een historische regio in Midden-Europa die zich uitstrekt aan weerszijden van de midden- en bovenloop van de Oder. Het is te verdelen in het vlakke Neder-Silezië met de stad Wrocław (Breslau) en het bergachtiger Opper-Silezië, dat rijk is aan delfstoffen en waar in het zuidoosten een van de grootste industriegebieden van Europa ligt. De regio wisselde in de loop der eeuwen verschillende malen van staatkundige eenheid. In de laatste eeuwen behoorde Silezië tot Oostenrijk, Pruisen en Duitsland, maar sinds 1945 behoort de regio grotendeels tot Polen. Kleine delen horen thans bij Duitsland en Tsjechië.
GeschiedenisMiddeleeuwen en Habsburgse tijdSilezië dankt zijn naam mogelijk aan de Oost-Germaanse stam der Silingen (Silingii), die zich aan het begin van de 1e eeuw n.Chr. aan de Oder vestigde. Zij trokken in de 5e eeuw tijdens de Grote Volksverhuizingen naar het westen door, waarna de regio werd gekoloniseerd door West-Slavische stammen, waaronder de Ślężanen, die ook wel als naamgevers worden aangewezen. In de tiende eeuw betwistten de Poolse Piasten en de Boheemse (Tsjechische) Přemysliden elkaar het gebied. Het werd aanvankelijk onderworpen door Bohemen, maar de Piast Mieszko I veroverde het in de jaren 990. Zijn zoon Bolesław I de Dappere, koning van Polen, stichtte er in 1000 het later invloedrijke aartsbisdom Wratislaw (Latijn: Vratislavia, Duits: Breslau). Daarna, maar vooral sinds de 12e eeuw, verduitste geheel Neder-Silezië, aangemoedigd door de Piasten vrijwel geheel (enige Sorbische gehuchten daargelaten); in Opper-Silezië verduitsten voornamelijk de steden, met uitzondering van de geheel Duitstalige streek rond Neisse. Ook aan de Silezische Piastenhoven werd het Duits naast aanvankelijk Latijn en later zelfs Frans de voertaal. Duitse kloosterordes vestigden zich, en vele Duitse en Vlaamse boeren cultiveerden de uitgestrekte dunbevolkte vlakten van Neder-Silezië, terwijl Hoogduitsers later in Opper-Silezië langzaam ook met de lokale West-Slavische boerenbevolking trouwden. Bolesław III Scheefmond bepaalde dat het Poolse koninkrijk na zijn dood zou worden verdeeld over alle erfgerechtigde zoons, waardoor na zijn dood in 1138 een zelfstandig hertogdom Silezië ontstond. In 1163 viel ook dit uiteen in de hertogdommen Breslau (Wrocław) en Ratibor (Racibórz), waarvan zich in de dertiende eeuw in Neder-Silezië de hertogdommen Liegnitz (Legnica), Glogau (Głogów), Jauer (Jawor) en Schweidnitz (Świdnica) afsplitsten en in Opper-Silezië Oppeln (Opole) en Teschen (Cieszyn/Těšín). Ook daarna vond nog een reeks opdelingen en samenvoegingen plaats, zodat er eind vijftiende eeuw maar liefst zestien Silezische staten bestonden. Jan de Blinde van Bohemen bracht aan het begin van de veertiende eeuw vrijwel alle Silezische hertogdommen onder de Boheemse kroon en daarmee bij het Heilige Roomse Rijk der Duitse natie. In 1335 bewoog hij de Poolse koning Casimir III de Grote ertoe officieel af te zien van zijn aanspraken op Silezië. Silezië schaarde zich in de strijd tegen de Boheemse Hussieten aan de zijde van de katholieke keizer Sigismund en had daardoor erg te lijden onder de Hussietenoorlogen (1425-1436). Met Bohemen viel Silezië in 1526 toe aan het machtige Huis Habsburg. Het gebied in de jaren 1522-1555 grotendeels protestants geworden gebied (vooral Neder-Silezië) schaarde zich in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) met Bohemen en Saksen tegen de Habsburgers. Pruisisch-Duitse tijdDe Pruisische koning Frederik II de Grote viel na de dood van de Habsburger Karel VI in 1740 Silezië binnen. Officieel maakte hij aanspraak op het gebied op grond van een in 1537 met Frederik II van Liegnitz-Brieg-Wohlau gesloten erfovereenkomst, maar in feite was het hem om economisch gewin te doen. Silezië was door zijn mijnbouw en textielindustrie in de achttiende eeuw het welvarendste deel van het Habsburgse rijk. In de drie Silezische Oorlogen (1740-1742, 1744-1745 en 1756-1763) wist Pruisen Silezië te veroveren en te behouden, met uitzondering van het zuidelijke deel (Oostenrijks Silezië) met Teschen, Troppau (Opava) en Jägerndorf (Krnov). Onder het Pruisische bestuur vormde Silezië sinds 1815 een provincie, die ook delen van de Lausitz omvatte. Het gebied industrialiseerde in de negentiende eeuw sterk en werd een van de belangrijkste Duitse industriegebieden. Neder-Silezië was in deze periode vrijwel geheel Duitstalig geworden, Opper-Silezië bleef gemengd Pools-Duits. Als provincie van het koninkrijk Pruisen behoorde Silezië sinds 1871 tot het Duitse Keizerrijk. Na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog organiseerden de geallieerden een volksraadpleging over de vraag of Opper-Silezië Duits moest blijven of Pools moet worden. Ondanks het feit dat 60% vóór Duitsland stemde, werd het delfstofrijke oosten van het gebied met het grootste deel van de industrie na de drie pro-Poolse Silezische Opstanden (1919-1921) aan de Polen toegekend. Het Opper-Silezische Hultschiner landje kwam - ook ondanks een pro-Duitse meerderheid - aan de nieuwe staat Tsjecho-Slowakije, evenals het grootste deel van Oostenrijks Silezië. Tsjecho-Slowakije en Polen betwistten elkaar Teschen, dat naast Duitse stedelijke ook een aanzienlijke Poolse en Tsjechische bevolking had. Dit leidde tot een opdeling van het gebied in Cieszyn (Polen) en Český Těšín (Tsjecho-Slowakije), die het conflict echter niet oploste. Tsjechisch Silezië werd na de Conferentie van München (1938) Duits, met uitzondering van Teschen, dat door Polen werd bezet. In 1939 heroverde Duitsland ook Pools Opper-Silezië. Begin 1945 kwam Silezië in handen van het Rode leger. Na de Tweede Wereldoorlog werd geheel Silezië ten oosten van de Oder-Neissegrens Pools. Een klein deel van de provincie Silezië met steden als Niesky en Hoyerswerda, dat historisch echter tot de Opper-Lausitz behoort, bleef Duits. De stad Görlitz aan de Neisse werd hierbij verdeeld in een Duits en een Pools deel (Zgorzelec). Poolse tijdVan de 4,5 miljoen Duitse Sileziërs was een groot deel in 1945 gevlucht voor of verdreven door de Sovjets. Een deel van hen keerde na de oorlog terug, maar in 1946-1947 verdreef de Poolse regering het grootste deel van de Duitse bevolking. Vele honderdduizenden Duitse burgers kwamen hierbij om. De meeste Duitsers die, vanwege onduidelijkheden over hun nationaliteit of nut voor de economie, voorlopig mochten blijven, emigreerden in de loop van de eeuw naar West-Duitsland. Ook thans leeft er in Silezië echter nog een Duitse minderheid, met name rond Opole (Oppeln). Polen herbevolkte de Graafschap Glatz in Neder-Silezië in het kader van Operatie Wisła met Oekraïners, onder wie Bojken en Lemken, afkomstig uit de Poolse gebieden die door de Sovjet-Unie waren geannexeerd. Polen nam de industrialisering van Silezië voortvarend ter hand. Het gebied rond Katowice (Kattowitz) groeide uit tot één groot industriegebied maar, door afwezigheid van enig milieubewustzijn, werd de streek ook een van de meest vervuilde streken van Polen. Sinds het eind van de twintigste eeuw krijgt milieubescherming meer aandacht. GeografieSilezië wordt verdeeld in Neder-Silezië in het noordwesten en Opper-Silezië in het zuidoosten. Binnen Neder-Silezië onderscheidt men de agrarische Silezische laagvlakte tussen Opole en Głogów met de grootste stad van het gebied, Wrocław; het voorgebergte van de Sudeten tussen Jawor en Nysa, een landbouw- en industriegebied; en de Sudeten zelf langs de Tsjechische grens, rijk aan steenkool en bekend om het landschap. Neder-Silezië behoort in Polen tot het gelijknamige woiwodschap Neder-Silezië, Duits Neder-Silezië tot de deelstaten Brandenburg en Saksen. De grootste steden van het gebied zijn Wrocław (Breslau), Wałbrzych (Waldenburg), Legnica (Liegnitz), Jelenia Góra (Hirschberg) en Lubin (Lüben) in Polen en Görlitz en Hoyerswerda in Duitsland. Opper-Silezië, verdeeld over de Poolse woiwodschappen Opole en Silezië en met een klein deel in Tsjechië, kent een grote industriële agglomeratie rond Katowice met circa 2,5 miljoen inwoners (Zwart Silezië), maar kent ook een groen gebied in het zuiden (Groen Silezië) en in het oosten de Beskiden, waar wintersport kan worden beoefend. De grootste steden zijn Katowice (Kattowitz), Częstochowa (Tschenstochau), Sosnowiec (Sosnowitz), Gliwice (Gleiwitz), Zabrze (Hindenburg), Bytom (Beuthen), Bielsko-Biała (Bielitz-Biala), Ruda Śląska, Rybnik, Tychy (Tichau), Dąbrowa Górnicza (Dombrowa) en Opole (Oppeln). Statistiek
Questions for article: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.
IHS Europe: Infrared Heating Systems for Home and Business.