Schaap

Article on other languages:

del.icio.us del.icio.us
Digg Digg
Furl Furl
Reddit Reddit
Rojo Rojo
Add to OnlyWire
Een wit en een zwart schaap

Het schaap (Ovis aries) is een zoogdier, dat door de mens is gedomesticeerd om onder andere wol te leveren. De soort behoort tot het geslacht Ovis, waar ook de moeflon en het dikhoornschaap toe behoren. Het mannetje wordt ram genoemd, het vrouwtje is een ooi en het jong een lam.

Inhoud

Het schaap als nutsdier

Behalve voor de wol worden schapen ook gehouden voor hun melk en hun vlees, waarbij vooral het lamsvlees wordt gewaardeerd. De schapenmaag wordt gebruikt in traditionele gerechten als gerechten tripes en haggis. Schapendarmen werden (en worden, indien gewenst, nog steeds) gebruikt om de snaren voor violen en andere strijkinstrumenten te maken. Langs waterkeringen was nog een heel andere functie van belang: "Vier gouden pootjes en een gouden bekkie", dat is waarom schapen op dijken geweid worden. Met hun pootjes trappen ze de grond vast en met hun bek voorkomen ze dat er struiken en bomen op de dijk groeien die met hun wortels de dijk kunnen beschadigen. Vroeger was Nederland een schapenland, nu is Australië zo'n land: Tegenover ongeveer 20 miljoen mensen staan maar op het zuidelijke continent liefst 150 miljoen schapen. Bijna alle wol wordt uitgevoerd, en Australië is wereldwijd dan ook veruit de grootste wolexporteur.

Leefwijze

Een schaap kan een leeftijd van 15 tot 20 jaar halen, maar dit komt in de praktijk zelden voor: meestal worden ze veel eerder geslacht. Op hoge leeftijd verliest een schaap zijn tanden en kiezen waardoor het niet meer goed kan eten. Schapen hebben 32 tanden en kiezen; ze hebben geen hoektanden en bovenaan geen snijtanden. Boven en onder hebben ze 6 voorkiezen en 6 kiezen, en alleen in de onderkaak 8 snijtanden. Die gebruiken ze om gras en kruidachtigen af te snijden, een beetje zoals een tondeuse. Het grazen gaat dus heel anders dan bij de koe die het gras met zijn tong los trekt. Een schaap eet daarom veel korter gras dan een koe, en een boer kan wel eerst koeien in een wei zetten en daarna schapen, maar nooit andersom.

Historie

Het gedomesticeerde schaap stamt af van wilde schapen uit het geslacht Ovis. Er bestaan verschillende soorten wilde schapen, waaronder de oerial en het dikhoornschaap. De meest waarschijnlijke voorouders van het gedomesticeerde schaap zijn de moeflon (Ovis gmelini) uit Zuidwest-Azië en waarschijnlijk ook de argali (Ovis ammon) uit Centraal-Azië. Alle schaapstypen zijn kuddedieren.

Het schaap werd, net als de geit, voor 7500 v.Chr. gedomesticeerd, en behoort tot de vroegst gedomesticeerde dieren. Vanuit het Midden-Oosten, waar het schaap waarschijnlijk is gedomesticeerd, verspreidde het schaap zich over de rest van de wereld. Gewoonlijk trok een schaapherder rond met zijn kudde om overbegrazing te voorkomen. In Nederland en België zal men vanaf ongeveer 5000 voor Christus schapen zijn gaan houden. Het houden van schapen in afgezette weiden werd pas in het laat-middeleeuwse Europa gedaan. Het grazen op brinken en meenten is een tussenfase.

Schapenrassen

Gericht fokken en natuurlijke selectie door uiteenlopende leefomstandigheden hebben in de loop der eeuwen tot 970 rassen geleid die alle in het Engels beschreven zijn.[1] Zie ook lijst van schapenrassen voor een (onvolledig) overzicht. Bekend is de Europese moeflon die voorkomt op Sardinië en Corsica en is uitgezet in grote delen van Europa; deze stamt waarschijnlijk af van verwilderde tamme schapen. Ook leeft er een verwilderde populatie schapen, zogenaamde Soaigh-schapen, op de Saint Kilda-archipel, ten noorden van Schotland.

Nederlandse rassen

Bij de Nederlandse rassen wordt onderscheid gemaakt tussen de heideschapen van de schrale heide en zandgrond, voornamelijk uit Oost-Nederland en Brabant, en weideschapen van de voedzamere kleigronden.

Heideschapen

Heideschapen zijn ontstaan op voedselarme gronden. Men liet de beesten overdag op uitgestrekte, ruige gronden grazen en dreef ze 's avonds bijeen in de potstal. Zo kon de mest worden verzameld en weer gebruikt worden voor de armetierige akkers. Mede door de ontwikkeling van kunstmest zijn de dieren overbodig geworden en worden sommige rassen met uitsterven bedreigd. Bij de heideschapen wordt onderscheid gemaakt tussen grote heideschapen zoals het Veluwse en het Kempense heideschaap en de Schoonebeeker) en kleine heideschapen, met als enige vertegenwoordiger het Drentse heideschaap.

Weideschapen

Weideschapen zijn ontstaan op voedselrijke gronden, zoals op de zware klei langs de rivieren en langs de kust of in het mergelland, met zijn eigen specifieke, maar rijke vegetatie. Weideschapen zijn op te splitsen in rassen die voor het vlees worden gehouden zoals de Texelaar en rassen die voor de melk worden gehouden zoals het Fries en Zeeuws melkschaap. Andere bekende weideschapen zijn het Mergellandschaap en de Zwartbles.

Kleurig gevlekte schapen

Aan het eind van de herfst hebben de ooien in Nederland groene, blauwe, zwarte of rode vlekken op de vacht. Dit komt doordat in de herfst de rammen tussen de ooien worden losgelaten. De rammen krijgen een stempelkussen (een dekblok genaamd) op hun buik gebonden met rode, groene of blauwe kleurkrijt. Als de ram de ooi bespringt om haar te dekken, kleurt het dekblok haar rug. Zo kan de boer nagaan welke ooien gedekt zijn en door welke ram. Ook kan hij zo ook in de gaten houden wanneer welk schaap moet lammeren, om tijdig maatregelen te kunnen nemen, want veel rassen hebben daar hulp bij nodig.

Een schaap op zijn rug

Een schaap dat op zijn rug ligt, noemen men ook wel een verwenteld schaap. Verwentelingen komen meestal voor bij schapen die een geruime tijd niet geschoren zijn. Wanneer schapen op hun rug liggen, zullen zij sterven, aangezien zij niet zelfstandig weer op hun poten terecht kunnen komen. Directe hulp is dan noodzakelijk. Wanneer een schaap niet geholpen wordt, drukken de ingewanden op de longen en de ruggengraat, waardoor het moeite krijgt met ademen en na verloop van tijd zal stikken.

Het dier moet altijd via het achterwerk weer op de poten geholpen worden, waarbij de achterpoten het eerst de grond moeten raken. Er moet hierbij niet teveel aan de wol of de hoorns worden getrokken omdat er dan allerlei bloeduitstortingen bij het schaap ontstaan. Het best kan je het dier bij de vang, de oksels van een schaap, pakken. Omdat een schaap soms wel 60 tot 70 kilogram kan wegen, is het verstandig het schaap met zijn tweeën op te tillen. Als het schaap op de kont getild is, kan je het dier beter even laten zitten. Er komt dan weer zuurstof naar de spieren en de organen krijgen dan weer meer ruimte.

Een schaap dat nog levenskracht heeft, zal zelf ook willen opstaan, en dat hoef je alleen maar te helpen. Een schaap dat geheel niet meewerkt, moet je niet met geweld op de poten zetten, maar in etappes, zodat de organen zich weer aan kunnen passen aan de nieuwe situatie. Een schaap dat op tijd geholpen wordt, zal meestal binnen 10 minuten weer gaan grazen. Een schaap dat langer op de rug heeft gelegen, zal in het begin wat slingeren bij het lopen. Men moet er dan altijd even bij blijven staan zodat het dier niet ergens in loopt, bijvoorbeeld een sloot. Pas als de dronkemansloop over is en het dier gaat grazen, is het grootste gevaar geweken.

Het is niet zo dat een verwenteld schaap zo naar links of rechts omgerold kan worden en weer op de poten gezet kan worden. Op deze manier is er een grote kans op een maagkanteling. Een maagkanteling (ook wel maagtorsie genoemd) veroorzaakt veel gasvorming in de maag en de darmen waarna het dier vaak eerst in coma raakt, en uiteindelijk alsnog overlijdt.

Schapen en geiten

Het schaap verschilt van zijn naaste familielid de geit door het ontbreken van een sik. Ook hebben schapen niet de sterke geurklieren die geiten wel hebben. Het verschil verder te zien aan de vorm van de hoorns van het mannetje: een volwassen ram heeft hoorns die omlaag achter de oren langs krullen, maar een volwassen geitenbok heeft rechte of licht gebogen hoorns. Paringen tussen geiten en schapen komen regelmatig voor en leiden soms tot beginnende embryo's, maar die worden al snel afgestoten. Toch verschijnt er jaarlijks wel een bericht over de geboorte van een dergelijke hybride die gaap of scheit wordt genoemd. Volgens wetenschappers is dat onmogelijk omdat het schaap 54 genen heeft en de geit 60. Wel is het al in 1982 gelukt om gedeeltelijk ontwikkelde embryo's van beide soorten in het laboratorium samen te voegen en in de baarmoeder te laten uitgroeien. Dit levert echter geen kruising op maar een chimeer, een lukrake samenvoeging van lichaamsdelen op.

Trivia

  • Zowel inwoners van Dordrecht, Burdaard als van Lier worden ook wel schapenkoppen genoemd.
  • Een belhamel is een gesneden (gecastreerde) ram die een kudde met de bel leidt.
  • Schapen hebben wel 25 meter darmen in hun lijf.
  • Sommige schapensoorten kunnen wel zes hoorns hebben, zoals het Hebrideanschaap.
  • In 2007 is er een komische horror film (Black Sheep) gemaakt over genetisch gemanipuleerde schapen.

Voetnoten

  1. ^ George Enzlin: Complete Sheep Breeds of the World, uitgeverij Ram Press. Dit boek beschrijft alle 970 schapenrassen.

Zie ook

Externe links

 

More about Schaap: jeremy schaap, dick schaap, dr jack schaap, oil painting schaap, charles schaap, phil schaap, cindy schaap, peter schaap, b charles schaap,

This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.