Paardenjargon

del.icio.us del.icio.us
Digg Digg
Furl Furl
Reddit Reddit
Rojo Rojo
Add to OnlyWire

Inhoud

Anatomie

  • achterhand - dat deel van het paardenlijf achter het zadel
  • appelschimmel - grijs paard met donker gekleurde 'appels' (cirkels)
  • behang - lange beenbeharing aan de koten
  • benen - de ledematen, die door beginnelingen vaak poten genoemd worden, hetgeen gevorderden zeer onkundig in de oren klinkt
  • borst - gedeelte aan de voorkant tussen de voorbenen.
  • bruin paard - paard met bruin lijf en met zwarte manen, zwarte staart en zwarte onderbenen
  • droge benen - 'vel over been' op de benen, de gewrichten, spieren en aderen zijn goed zichtbaar; dit wordt erg gewaardeerd; men spreekt wel over 'glashard beenwerk'
  • hoef - harde hoorn om de laatste anderhalve vinger/ teenkootjes. Te vergelijken met de menselijke nagel.
  • hoefgewricht - het gewricht binnen in de hoef tussen het 2e en 3e vinger/teenkootje
  • hoofd - door leken vaak "kop" genoemd (omdat een paard een edel dier is spreekt men echter van de benen en het hoofd)
  • koffer - het gedeelte van het lichaam tussen de voorhand en de achterhand, bijvoorbeeld: een paard kan 'een diepe koffer' hebben, d.w.z. een brede borstkas.
  • koot - onderste gedeelte van het been nèt boven de hoef, anatomisch gezien twee vinger- of teenkootjes
  • kogel - gewricht, plm. 10 cm boven de hoef (bij een mens: de knokkels tussen handrug en vingers/ voet en tenen)
  • koudbloed - zwaargebouwd trek- of werkpaard met een rustig (koelbloedig) temperament
  • maantop - langere haren (manen) vooraan boven op het hoofd en tussen de oren
  • manen - rij langere haren in de mediaanlijn van de nek tot de schoft.
  • mond - door leken vaak de "bek" genoemd (zie opmerkingen bij benen en hoofd)
  • nek - een gedeelte van ongeveer vijf centimeter net achter het hoofd; de rest van de nek heet bij een paard 'de hals'. Het is het gewricht tussen schedel en eerste halswervel.
  • schoft - de kleine welving waar de rug overgaat in de hals, 'schouderhoogte'.
  • schofthoogte - afstand van de grond tot de schoft, ook stokmaat genoemd.
  • schimmel - wit paard dat donker geboren is
  • spronggewricht - gewricht halverwege het achterbeen; de 'enkel' van het paard, aan de achterbenen. Veel leken zouden dit de knie noemen maar dit gewricht buigt de andere kant op. De achterknie zit hoger, tegen de romp aan. Paarden lopen in feite op de toppen van hun tenen.
  • volbloed - paard met edelste kenmerken van de 'arabier' (woestijnpaard), slank en lichtvoetig. Renpaarden noemt men Engelse volbloeden.
  • voorhand - voorste ledematen, dat deel van het paardenlijf voor het zadel
  • voorknie - de pols van het paard halverwege het voorbeen. De elleboog zit weer hoger.
  • vos - roodbruin paard, ook aan de benen en de staart. (maar zie: bruin paard).
  • warmbloed - tussen koud- en volbloed in; een veelvoorkomend en veelzijdig kruisingsproduct, bijvoorbeeld gebruikt in de springsport, de mensport en in de dressuur
  • zweetvos - vos met blonde manen en staart.

Gangen

  • stap(voets) - gewoon lopen
  • draf
  • galop
  • linker galop, rechter galop
  • gestrekte galop
  • tact: dressuurterm, die vaak met 'snelheid' wordt verward. De tact is het ritme waarin de hoeven op de grond komen. Een dribbelstap heeft een hoge/ snelle tact, maar omdat het stap is, een relatief lage snelheid. Kalmeert het paard, dan kan de snelheid gelijk blijven, maar met de ruimere passen krijgt het dier een correcte, lagere tact.
  • telgang - gang waarbij twee benen links tegelijk worden verplaatst, gevolgd door twee benen rechts, zoals ook bij kamelen.
  • tölt

Medisch

Parafernalia

Externe links

anatomie van het paard

 

This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.