Schematische weergave van de fusiereactie van deuterium en tritium.
Een kernreactie is een proces waarbij de kernen van atomen van samenstelling veranderen. Dit kan plaatsvinden door het absorberen van andere kernen of deeltjes, waarbij ze ook wel in delen uit elkaar kunnen vallen, of door spontaan radioactief verval, waarbij uitzending van een of meerdere deeltjes plaatsvindt.
Een kernreactie is duidelijk te onderscheiden van de "gewone", scheikundige reactie. Daarbij blijven de kernen van de deelnemende atomen ongewijzigd, alleen de elektronen van de atomen verdelen zich dan anders over de aanwezige kernen. Bij dit proces speelt uiteindelijk enkel het elektromagnetisme een rol.
Om een kern te veranderen moet de veel grotere sterke kernkracht overwonnen worden. Deze is op de kleine afstanden die bij kernreacties een rol spelen, veel sterker dan het elektromagnetisme. Bij een kernreactie zijn voor en na de reactie de massa's niet gelijk. De massa-energierelatieE=mc2 geeft aan dat er bij een kernreactie een zekere hoeveelheid energie kan ontstaan als er een hoeveelheid massa verdwijnt. Deze energie komt vrij als kinetische energie van de reactieproducten of als foton (gammastraling). De typische energieën die gepaard gaan met kernreacties zijn daarmee veel groter dan die bij chemische reacties.
Dat is ook de reden dat de ontploffing van één waterstofbom een hoeveelheid energie vrij kan maken gelijk aan de (scheikundige) ontploffing van 10 megaton TNT, een grotere energie dan alle geallieerde bommen van de Tweede Wereldoorlog bij elkaar.
Een licht deeltje (zoals een neutron of een heliumkern (alfadeeltje) wordt ingevangen door een zware atoomkern. De resulterende kern is zodanig instabiel dat deze in twee of meer delen uiteenvalt, vaak onder uitzending van neutronen.
Voorbeeld: 235U + n → 236U* → 92Kr + 141Ba + 3 n (andere vervalproducten komen ook voor)
Twee of meer lichte atoomkernen reageren (mogelijk via een instabiele tussentoestand) tot een andere samenstelling, waarbij in ieder geval een zwaardere kern gevormd wordt dan in de beginsituatie. Een bekend voorbeeld is de reactie van deuterium en tritium tot helium en een neutron, zoals in de afbeelding bovenaan.
Een atoomkern vangt een extern neutron in, waarbij een al dan niet stabiele zwaardere isotoop van dat element wordt geproduceerd. Dergelijke reacties worden gebruikt om met behulp van de neutronen uit een kernreactor zogeheten radionucliden te produceren voor medisch en industrieel gebruik.
Een atoomkern vangt een extern proton in, waarbij een al dan niet stabiele zwaardere isotoop van een ander element wordt gevormd. Dergelijke reacties worden gebruikt om met behulp van bijvoorbeeld protonen uit een cyclotron zogeheten radionucliden te produceren voor medisch en industrieel gebruik.
Een elektron uit een van de onderste elektronenschillen wordt ingevangen in de atoomkern, waarbij een proton in een neutron verandert onder uitzending van een neutrino