|
Article on other languages:
|
De kat of huiskat (Felis catus) is een van de oudste huisdieren van de mens. De gedomesticeerde kat behoort tot de familie der katachtigen (Felidae). De oude soortnaam was Felis domesticus, tegenwoordig is deze vervangen door Felis catus.
LevensduurEen kat veroudert het snelst in de eerste twee jaren van zijn leven. Hierbij moet worden opgemerkt dat een buitenkat sneller veroudert dan een kat die enkel binnen leeft. Na één jaar bereikt de kat een leeftijd die vergelijkbaar is met vijftien mensenjaren. Na twee jaar is dit vierentwintig mensenjaren. Na deze eerste twee jaar is elk kattenjaar vergelijkbaar met ongeveer vier mensenjaren.[1] Na tien jaar kan de kat als bejaard worden beschouwd. Katten sterven gemiddeld na veertien tot zestien jaar. De oudste Nederlandse kat werd 28 jaar oud.[2] Over het algemeen zijn leeftijden moeilijk te controleren, omdat katten geen geboortebewijs hebben. Raskatten hebben dit wel, maar worden gemiddeld minder oud. Er zijn berichten van katten die tot zevenendertig jaar oud zouden zijn geworden. Anatomie
Schedel van een kat.
Een kat met twee verschillende kleuren ogen
Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Net als alle andere carnivoren (vleeseters) zijn katten toegerust om op prooien te jagen en ze te verslinden. Katten hebben een vrij ronde kop, korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. Katten hebben in het totaal 30 tanden. In de bovenkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 2 kiezen. In de onderkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 voorkiezen en 2 kiezen. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken, de kat verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen. Katten hebben vijf tenen aan beide voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De eerste teen bevindt zich wat hoger op de voorpoot dan de andere vier tenen. Deze eerste teen raakt tijdens het lopen de grond niet, maar wordt wel gebruikt bij de verzorging en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe, gebogen klauwen. De nagels kunnen worden ingetrokken. Dit mechanisme is een onderscheidend kenmerk van de kattenfamilie Felidae. Door de nagels te scherpen aan een boom (in huis een krabplank of krabpaal) houdt een kat zijn nagels scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor de nagel op lengte blijft met een scherpe punt. Een kat heeft een lange staart die hij gebruikt om in evenwicht te blijven en bij sociale communicatie. Het bewegingsstelsel is extreem soepel met een flexibele ruggengraat, waardoor katten erg lenig zijn. Katten kunnen zich bij een val zo keren dat ze op de poten terecht komen. Om "op zijn pootjes terecht te komen" moet de kat wel de ruimte krijgen om zich te keren. ZintuigenDe meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in schemerig licht zien. Hun vermogen om kleuren te onderscheiden is daarentegen zwak omdat ze meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben om in schemer goed te kunnen waarnemen. Katten zijn echter niet kleurenblind en ook zij kunnen bij gehele duisternis niets waarnemen.[1] Op de achterwand van het oog bevindt zich reflecterend weefsel, waardoor de ogen van een kat fonkelen in het donker. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285°, versus een mens 210°.[1] De irissen hebben een verticale spleet als vorm. Elk oog wordt beschermd door een derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd. Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 40.000 Hz of hoger waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20.000 Hz. De oren kunnen 180° draaien. Hierdoor kunnen geluiden goed gelokaliseerd worden. De snorharen hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen daarom op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coup de grâce" ( het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren. De haren in de vacht zijn afzonderlijk verbonden met een mechanoreceptor. Hierdoor kan informatie over de omgeving naar de hersenen worden gestuurd. De meeste katten vinden het daardoor ook prettig om aangehaald en geaaid te worden.[1] Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, vier keer meer dan bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid[1]. Katten zijn van nature geen aaseters. Het reukvermogen van katten is niet zo goed ontwikkeld als dat van honden. Een kat bezit ongeveer 500 smaakpapillen, terwijl een mens er ruim 9.000 bezit.[1] Katten laten zich dan ook voornamelijk leiden door geuren. Katten kunnen zoet, zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden en vinden zoet het minst aantrekkelijk. GedragJagenKatten zijn erg beweeglijk: ze kunnen snel korte afstanden afleggen en het zijn goede klimmers. In tegenstelling tot honden hebben katten een beperkt uithoudingsvermogen. Katten houden meestal niet van water, maar ze kunnen wel zwemmen. Katten jagen op hun prooi door ze geruisloos te besluipen of vanuit stilstand te bespringen. Als de kat dicht genoeg genaderd is, bespringt hij de prooi en vangt hij het dier met zijn scherpe tanden en klauwen. De neiging om langdurig met de gewonde prooi te spelen wordt bij alle katachtigen waargenomen, ook bij de gedomesticeerde kat. Het is een middel om de prooi onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen als deze zich door bijten verdedigt. RustenNaast het jagen kunnen katten ook erg luieren. Ze houden ervan om lekker in de zon te zitten of op een warme ondergrond te gaan slapen. Dit is ook nodig, omdat die tijd de kat de mogelijkheid geeft om de relatief grote en voedzame prooi te verteren. De gemiddelde kat slaapt of luiert tweemaal zo lang als een mens. HygiëneNet als leeuwen en tijgers likken ze zichzelf schoon met hun tong; vaak doen ze dit voor het slapen gaan, of na het wakker worden. De instinctieve verzorging van de vacht met tanden, speeksel met enzymen en vet uit een klier boven de staart vergt ongeveer twee uur per dag. Hierdoor slikt de kat veel losse haren in. Deze verlaten gewoonlijk via het darmkanaal het lichaam. Als de kat echter te veel haren in korte tijd binnenkrijgt, kan er een haarbal ontstaan die wordt uitgebraakt.[1] Dit kan worden voorkomen door de kat goed te borstelen of speciale anti-haarbalsnoepjes te voeren. Langharige katten hebben overigens meer last van haarballen dan kortharige. Als een kat vergeefse pogingen doet om een haarbal uit te braken, kan er sprake zijn van verstopping. Dit kan levensbedreigend zijn. Sociaal gedragKatten zijn vrij solitaire dieren, net als de andere katachtigen (met uitzondering van de leeuw, die in groepen leeft). Wel bestaan er tussen katten losvaste banden in een wijd territorium die vaak familiegerelateerd zijn. Het is goed mogelijk meerdere katten als huisdier te houden omdat deze een familieband aangaan en bereid zijn een gezamenlijk territorium te delen. GeluidenKatten maken een laag zoemgeluid dat spinnen wordt genoemd. Het is een manier om allerlei gevoelens uit te drukken, van angst tot tevredenheid.[1] In de omgang met mensen is het meestal een teken dat ze tevreden zijn, soms dat ze hulp nodig hebben. Het is onbekend hoe dit geluid wordt voortgebracht. Een theorie die hierover bestaat is dat de kat een grote ader, die over het middenrif loopt, kan laten trillen door spieren samen te trekken. Spinnen is een communicatiemiddel tussen kittens en moeders. Kittens kunnen spinnen als ze een week oud zijn. Daarnaast kan een kat miauwen, mauwen, grommen, sissen, blazen, schreeuwen, piepen, klappertanden, kermen en trillen. Klik VoortplantingParingPoezen zijn gemiddeld twee tot drie keer per jaar krols. Dit komt het meest voor tussen januari en april, maar ook tussen juni en september. Tussen oktober en december is een poes zelden krols. Een cyclus duurt ongeveer twee weken. Hierin is de poes echter maar twee tot vier dagen vruchtbaar. Zij zal in deze periode duidelijk kenbaar maken dat zij krols is door te roepen naar potentiële paringskandidaten. De kater kan deze roep beantwoorden, waarna ze van elkaar weten dat er van beide kanten goedkeuring is. DrachtEen poes is gemiddeld negen weken drachtig. Na drie weken worden haar tepels rozerood, waarna het nog eens zes weken duurt voordat ze zal werpen. In de eerste stadia van de dracht kan een poes last krijgen van misselijkheid en in een later stadium van constipatie. In de draagtijd kan een poes één tot twee kilo in gewicht toenemen. WerpenDe weeën beginnen ongeveer zes uur of meer voor de bevalling. De poes begint sneller adem te halen en gaat spinnen. De weeën nemen toe van ieder half uur tot elke vijftien seconden. Daarna komt de eerste kitten tevoorschijn. De poes zal daarna de navelstreng doorbijten en de kitten gaan likken om zodoende de ademhaling op gang te brengen. Het is van belang dat de kitten drinkt van de colostrum, de eerste melk. Voor een poes die als huisdier wordt gehouden, kan twee weken voor het werpen een werpdoos worden neergezet. Na de bevalling kan de poes uit de doos, maar de kittens niet. KittensEen jong katje heet een kitten. Ongeveer 66% van de kittens komt ter wereld met het hoofd eerst. Bij de geboorte is een kitten doof en blind. Na ongeveer 10 dagen kan een kitten zien en na 17 dagen werkt het gehoor. Na drie tot vier weken gaat een kitten over op vast voedsel. Dit is ook het moment waarop de moederpoes de kittens leert om gebruik te maken van de kattenbak. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van een kitten weer.
In de jeugd van de kat is er een periode, tussen de 12e en 60e dag, waarin katten open staan voor indrukken en lessen. Deze inprentingsperiode is cruciaal voor het gedrag van de volwassen kat. Heeft de kat in deze tijd geen mensen gekend, dan zal hij moeilijk te socialiseren zijn. MedischVergiftigingSommige stoffen die voor mensen niet giftig zijn, kunnen schadelijk zijn voor katten:[1]
ParasietenEen aantal inwendige en uitwendige parasieten kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van de kat:
RassenBehalve stamboomloze huiskatten zijn er ook een veertigtal gefokte kattenrassen. Er valt hierbij een indeling te maken naar herkomst. Sommige kattenrassen zijn originele fenotypen die een eigen uiterlijk hebben waarmee ze al eeuwen in een bepaald gebied voorkomen, anderen zijn ontwikkeld door kruisingen of ontstaan door mutaties. Elk ras heeft een specifiek uiterlijk een een eigen raskarakter. Iemand die zich hobbymatig met het fokken van raskatten bezighoudt registreert deze onder een eigen catterynaam bij een vereniging. Zie verder: lijst van kattenrassen. GeschiedenisDe oudste vondst van een gedomesticeerde kat is in een neolitisch graf in de buurt van Shillourokambos in Cyprus van circa 9500 jaar geleden. De katten die op dit eiland voorkwamen, waren meegenomen per boot vanuit Klein-Azië door immigranten die al katten als huisdier hadden. Op een gevonden kleitablet met een verhuisinventarisatie stond bij de levende have ook een kat vermeld. Zevenduizend jaar geleden begonnen kleine wilde katten in Klein-Azië zich rondom graanopslagplaatsen op te houden vanwege de aanwezigheid van kleine prooidieren (muizen en ratten). De kittens werden naar binnen gebracht en tam gemaakt en langzamerhand ontstond hieruit de gedomesticeerde kat. Vergelijkend bottenonderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de huiskat afstamt van een mix van tenminste drie verschillende onderling verwante wilde kattensoorten uit die regio, de Felis lybica, Felis margarita en Felis chaus. Vanuit Klein-Azië werd de kat al heel vroeg meegenomen door reizigers en emigranten naar Europa en dieper Azië in. De kat als cultusobjectDe kat bekleedt al zeer lang een belangrijke plaats, bijvoorbeeld in de Germaanse mythologie. Freya, de godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de schoonheid, liet zich door de wolken rijden op een wagen die werd getrokken door wilde katten. Bij de Egyptenaren was de kat het symbool van de vruchtbaarheid in de vorm van de kattengodin Bastet (soms: Bubastet). De kat stond in hoog aanzien en mensen die een kat doodden of mishandelden werden zwaar gestraft. Katten werden bij de Egyptenaren gemummificeerd en bijgezet. Als een kat in een huis stierf schoren bewoners soms hun werkbrauwen als teken van rouw. Voor de Romeinen waren katten eveneens belangrijk, en zij werden beschouwd als beschermer en hoeder van hun bezittingen. In Azië was de kat al vroeg bekend, vooral in China, Japan en Siam. Ze werden vaak vereerd als tempeldieren die door de monniken verzorgd werden. In Griekse huizen werden in de oudheid hermelijnen gehouden die de functie van de huiskat vervulden; tot in de negende eeuw van onze jaartelling waren katten daar niet algemeen verspreid. Bij de christenen waren katten in de late middeleeuwen niet geliefd, waarschijnlijk omdat ze door hun nachtelijke "concerten" vaak geïdentificeerd werden met de "machten van de duisternis". In de 14e eeuw werden katten, omdat ze in verband werden gebracht met hekserij, in groten getale verbrand en doodgeknuppeld. Ook dienden katten als offer voor de boze geesten, of ze werden levend begraven. Gevolg van deze slachtpartijen was een explosie van het aantal ratten, waardoor waarschijnlijk het optreden van pestepidemieën werd bevorderd. BijgeloofIn streken van Europa en Amerika bestaat het volksgeloof dat het ongeluk over je afroept, wanneer een zwarte kat je pad kruist en van je wegloopt. Als de kat naar je toeloopt brengt dus juist geluk. In Engeland brengt een zwarte kat geluk, en een witte kat ongeluk. In China is een zwarte kat ook een teken van ongeluk. Daar wordt de zwarte kat echter beschouwd als een waarschuwing, zodat men daarna extra goed op zijn hoede kan zijn. Een kat die te dicht bij onze mond komt, zou de adem uit ons lichaam kunnen wegzuigen.[3] Het ruiken aan de mond is overigens gedrag dat katten vertonen bij soortgenoten en bij mensen, die zij als soortgenoot beschouwen dierpsychologisch gezien. De kat fleemt hiermee. Met het orgaan van Jacobson bevestigt hij een bestaande band.[bron?] Een kat die sterft in je huis of meeverhuist, zou ongeluk brengen.[3] Een kat die zich over de neus aait is een voorbode van aangenaam bezoek, volgens de spreuk: "Als de kat zich wast, komt er onverwachts een gast." Trivia
Zie ookExterne links
Literatuurverwijzingen
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.