Kabeltelevisie

Article on other languages:

del.icio.us del.icio.us
Digg Digg
Furl Furl
Reddit Reddit
Rojo Rojo
Add to OnlyWire

Kabeltelevisie is de populaire naam waarmee het netwerk van coaxkabels wordt aangeduid dat radio- en televisiesignalen vanuit één punt via een bedraad netwerk naar de huiskamers brengt. Het was vanouds gebruikelijk dat radio- en televisieprogramma's draadloos werden uitgezonden, zodat het gebruik van een kabel (bij elektriciteit en telefoon heel normaal) een nieuwtje was. Spreekt men thans van de kabel (bijvoorbeeld: internet via de kabel) dan bedoelt men meestal de kabel van de kabeltelevisie en niet de telefoon- of elektriciteitskabel.

Inhoud

Historie in Nederland

Reeds voor de oorlog bood de PTT de Radiodistributie aan, later Draadomroep geheten. Dit systeem bood vier radiostations via telefoonkabels. In de jaren zestig werd dit systeem uitgefaseerd.

In de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden antennes omwaaien en schade veroorzaken. Om hier een eind aan te maken werden per huizenblok, per wijk of per gemeente op centraal gelegen punten antennes opgesteld, van waaruit de radio- en televisiesignalen werden gedistribueerd. Doordat er verschillende fabrikanten met antenne-installaties op de markt kwamen en er heel wat "knutselaars" bezig waren ontstond er een wildgroei aan systemen. Om dit te corrigeren werd door de overheid een machtigingsstelsel in het leven geroepen. Om een antenne-inrichting te mogen aanleggen was een machtiging vereist. Een dergelijke machtiging kon verkregen worden als aan technische en administratieve voorwaarden werd voldaan.

Er waren in het begin twee soorten installaties: een gemeenschappelijke antenne-inrichting (GAI) en een centrale antenne-inrichting (CAI). Een GAI mocht in principe niet groter zijn dan 100 aansluitingen en na het kruisen van een een weg mocht het signaal niet meer worden versterkt. Een CAI was beperkt tot de gemeentegrens.

In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de CASEMA (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de Tweede Kamer weggestemd en hiervoor kwam het machtigingenstelsel in de plaats. Later werden de regels verruimd en mochten gemeenten worden gekoppeld en konden ze samen van één ontvangstation gebruikmaken. Tegen een bepaald bedrag (per maand) kon men een aansluiting op de kabel "huren". Dit werd in steeds meer plaatsen verplicht. Vaak waren de eigenaren van CAI-systemen gemeentes.

In de jaren '70 en '80 werden de netwerken groter en kwamen er ook signalen van lokale omroepen en satellieten op de kabel die niet via de ether werden uitgezonden. De namen GAI en CAI verdwenen om plaats te maken voor de naam kabeltelevisie, hoewel er ook radioprogramma's werden gedistribueerd..

Historie in België

In België begon de ontwikkeling van kabeltelevisie al in 1960, met het eerste netwerk in Saint-Servais bij Namen, aangelegd door Coditel. De oorspronkelijke bedoeling van deze vroege kabelnetwerken was televisie aanbieden aan kijkers in gebieden met slechte ontvangst - zoals de rivierdalen in het zuiden van het land. Daarom volgden al snel netwerken in Luik, Verviers en Wezet. Vanaf 1964 kregen ook delen van Brussel kabeltelevisie. In grote Belgische steden bestond overigens vaak al zgn. radiodistributie: een kabelnetwerk waarmee men via vaste bakjes in huis een viertal radiozenders verdeelde. In steden was bovendien ook het esthetische aspect belangrijk: het "woud van antennes" verdween dankzij de kabeltelevisie. In de jaren '70 haalde het aantal aansluitingen al de kaap van 1 miljoen, vandaag zijn het er ongeveer 4 miljoen.

Vanaf 1969 werden de populaire (Franstalige) programma's van Télé Luxembourg (nu RTL TVI) via een straalverbinding verdeeld in Brussel en de grote Waalse steden. In de loop van de daaropvolgende jaren zijn er gelijkaardige verbindingen uitgebouwd voor de verdeling van de Franse (TF1 en Antenne 2), Duitse (ARD en ZDF), Nederlandse (Nederland 1 en Nederland 2) en vanaf het begin van de jaren '80 ook Britse (BBC1 en BBC2) tv-zenders over het hele Belgische grondgebied. Vanaf de jaren '80 kwamen daar ook via satelliet uitgezonden kanalen bij (o.m. de RAI, Sky Channel en MusicBox).

Na het Koninklijk Besluit op de distributienetwerken voor radio en televisie in 1966 konden de gemeenten kiezen uit vier vormen van kabeltv-exploitatie op hun grondgebied: een concessie voor een privébedrijf, een gemeentelijke regie, een zuivere intercommunale of een gemengde intercommunale. Dit KB heeft gevolgen tot op vandaag: de Vlaamse zuivere intercommunales zijn gegroepeerd in Interkabel, de netwerken van de Vlaamse gemengde intercommunales zijn later overgegaan naar Telenet. In Wallonië zijn alle kabelbedrijven sinds 2007 allemaal gegroepeerd onder VOO. Na de overname van UPC Belgium door Telenet is Coditel het enige privébedrijf dat nog actief is op de Belgische kabeltelevisiemarkt.

De techniek

Een kabeltelevisienetwerk bestaat uit twee delen. Ten eerste uit een toegangsnetwerk dat voor verzending naar de aangesloten klanten zorgt en ten tweede een transportnetwerk, dat voor de radio- en televisiesignalen zorgt. Bij kabeltelevisie wordt gebruikgemaakt van een SDH techniek. Deze techniek zorgt voor het aanvoeren van binnenlandse signalen, waarmee radio- en televisiesignalen digitaal via een glasvezel worden verstuurd.

De publieke omroepen van de kabeltelevisie worden op deze wijze naar verschillende netwerken gestuurd. Een nieuwe ontwikkeling op dit gebied is het gebruik van transportnetwerken op basis van het internetprotocol. (Dit heeft niets te maken met het via internet kunnen zien van televisieprogramma's of filmpjes.)

Via de satelliet kunnen televisiesignalen ook worden verspreid. Dit moet dan met behulp van MPEG2 worden verwerkt.

Het centrale punt waar alle signalen binnen komen heet het ontvangststation. Hier wordt gezorgd welke radio- en televisiesignalen worden doorgegeven en op welke frequenties.

Voor de distributie van het pakket wordt gebruikgemaakt van de HFC-techniek. HFC staat voor Hybride Fiber Coax. Het eerste deel van het netwerk bestaat uit fiber ofwel glasvezel. Het laatste, en het kortste deel, bestaat uit coax. Tenslotte wordt het signaal in het coax versterkt. Dit wordt gedaan om het met voldoende kwaliteit bij de klant te laten aankomen. Dat gebeurt door groeps- en eindversterkers. Dit is merendeel verantwoordelijk voor de verstoringen in een televisiebeeld. Versterkers voegen ruis en stoorproducten toe.

Banden

Oorspronkelijk waren de volgende frequentiebanden voorzien voor kabeltelevisie: band I (VHF, kanalen 2, 3 en 4), band III (VHF, kanalen 5 t/m 12) en band IV/V (UHF, kanalen 21-69). Dit zijn dezelfde frequenties die ook worden gebruikt voor draadloze televisieontvangst.

Aangezien door de beperkingen van de toenmalige kabels en versterkers het verlies op de UHF-band te groot was, en er toch een vraag was naar meer beschikbare kanalen, definieerde men later nog twee extra VHF-banden: "Mid"-band (kanalen M1-M10, soms ook 80-89 genoemd) en "Upper"-band (kanalen U1-U10, soms ook 90-99 genoemd). Deze twee extra banden bevinden zich respectievelijk onder en boven band III. Teneinde nog meer kanalen ter beschikking te hebben werd de "Hyperband" ingevoerd: 20 extra kanalen, gelegen tussen de upperband en band IV. Recentelijk wordt ook de UHF-band door veel kabelmaatschappijen gebruikt.

Deze wirwar aan banden en het feit dat ieder televisiemerk er wel een eigen benaming op na houdt (ook voor de kanaalnummers) maakt het programmeren van de preselecties van een televisie of videorecorder er niet eenvoudiger op.

Digitale televisie via de kabel

Digitale televisie wordt tegenwoordig ook via de kabel aangeboden. Een speciale decoder (soms set-top box genoemd) is hiervoor nodig. Video-op-aanvraag, elektronische programmagidsen en betere beeldkwaliteit zijn enkele voordelen. Er worden echter hoge eisen gesteld aan de bekabeling, ook binnenshuis. Sommige programma's zijn versleuteld en kunnen alleen na betaling worden ontvangen. Digitale televisie wordt naast de kabel ook aangeboden via xDSL, internet of satelliet.

Digitale televisie kan naast de kabel ook aangeboden worden via xDSL, internet, aardse zenders (DVB-T) of satelliet.

Kabelinternet

Zie Kabelinternet voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Uitbating

Sinds juni 1996 zijn er in Vlaanderen nog twee spelers overgebleven:

  • Telenet (verzorgt 2/3 van de Vlaamse kabelmarkt)
  • Interkabel Vlaanderen, is een samenwerking tussen Interelectra, Integan, PBE en WVEM (verzorgt 1/3 van de Vlaamse kabelmarkt)

In Nederland zijn vooral de volgende spelers bekend:

Zie ook

Externe links

 

This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.