|
Article on other languages:
|
Lucius Domitius Aurelianus[1] (9 september 214/215 - september/oktober 275), kortweg Aurelianus genoemd, was keizer van Rome van 270 tot september/oktober 275 en de tweede in een rij van verscheiden succesvolle "soldatenkeizers" die het Romeinse Rijk hielpen haar macht te herwinnen aan het eind van de 3e en het begin van de 4e eeuw n.Chr. Hij was een succesvol generaal en het was voor een groot deel aan hem te danken dat het rijk niet verder in elkaar zakte. Tijdens zijn regering werd het rijk, na vijftien jaar aan opstanden, het verlies van twee derde van haar territorium aan seperatistische rijken (het Palmyreense Rijk in het oosten en het Gallische keizerrijk in het westen) en verwoestende invallen van barbaren, herenigd. Zijn successen zouden het einde inluiden van de crisis van de derde eeuw.
Geboorte en opkomst naar de machtLucius Domitius Aurelianus werd op 9 september 214 of 215[2] geboren in Dacia ripensis of Sirmium (Pannonia)[3] in een obscure provinciale familie. Zijn vader was een colonus of pachter van een senator, Aurelius genaamd, die zijn naam aan Aurelianus' familie gaf.[4] Zijn moeder zou echter een priesteres van sol invictus zijn geweest.[5] Aurelianus begon kort na de dood van Alexander Severus (235) - aldus de Historia Augusta[6] - zijn militaire carrière en zou door zowel zijn intelligentie als zijn fysieke kracht al snel de sociale ladder beklimmen.[7] Het was in het leger dat hij zijn bijnaam manu ad ferrum (hand op het zwaard) zou krijgen.[8] Hoe zijn carrière ook mag zijn verlopen, het staat vast dat hij zich wist op te werken als rechterhand en dux equitum (leider van de cavalerie) van keizer Gallienus.[9] In 268 wist zijn cavalerie de krachtige cavalerie van de Gothen in de slag bij Naissus het hoofd te bieden en aldus "de rug te breken" van wat mogelijk de gevaarlijkste inval was in het rijk sinds die van Hannibal Barkas, bijna vijf eeuwen eerder. Volgens Aurelius Victor[10] was Aurelianus de aanstichter van de samenzwering tegen Gallienus (268), terwijl anderen hem in dit verband onvermeld laten, maar wel stellen dat hij Claudius II steunde bij zijn aanspraken op het purper.[11] Twee jaar later, toen Claudius aan de pest bezweken was, greep diens broer Quintillus de macht met de steun van de senaat. Typisch voor de crisis van de derde eeuw, weigerde het leger de nieuwe keizer te erkennen en gaf er de voorkeur aan een van de legerleiders naar voren te schuiven: Aurelianus werd in september 270 door de legioenen in Sirmium uitgeroepen tot keizer.[12] Aurelianus versloeg Quintillus' troepen en werd na Quintillus' dood door de senaat erkend als keizer.[13] De bewering dat Aurelianus door Claudius op diens sterfbed was aangewezen als opvolger is duidelijk latere propaganda[14]. later, waarschijnlijk in 272, plaatste Aurelianus zijn eigen dies imperii (dag van (het aannemen van) het imperium) op de dag van Claudius' dood, hiermee impliciet Quintillus beschouwend als een usurpator.[15] Nu hij zijn machtsbasis had gevestigd, kon hij zijn aandacht richten op Rome's grootste problemen: het heroveren van de enorme gebieden die in de twee voorgaande eeuwen waren verloren gegaan en het hervormen van de res publica (staat). Herstel van het Romeinse Rijk
Het Imperium Romanum in 271 n.Chr., voor de herovering van de gebieden verloren aan het Palmyreense Rijk en het Gallische keizerrijk door Aurelianus.
Aanvankelijk zat het niet mee. De Alamannen vielen voortdurend aan en in 271 brachten zij de Romeinen bij Placentia een grote nederlaag toe. De keizer kon de Alemannen echter al spoedig daarna verslaan in de Slag bij Fano en vervolgens geheel vernietigen in de Slag bij Pavia. Niettemin was Rome kennelijk minder veilig dan het lange tijd geweest was en een deel van de Alamannen, de Juthungi, mogelijk de voorgangers van de Sueven, hadden de Romeinen zelfs een schatting opgelegd, dus Aurelius liet een grote stadsmuur bouwen, die naar hem de Aureliaanse Muur genoemd is. Claudius Gothicus had de invasie van de Goten al grotendeels tot staan gebracht. Aurelianus maakte dit werk af. In nieuwe veldtochten werden de Goten definitief verslagen. Aurelianus verdreef bovendien de Vandalen uit Pannonië, maar besloot het hierbij te laten, omdat hij besefte dat het buitengewest Dacië niet meer te verdedigen viel. Hij liet in 271 die provincie ontruimen en bracht zijn troepen met de Romeinse kolonisten over naar de zuidelijke oever van de Donau. Alle gebieden ten noorden van de Donau en ten oosten van de Rijn werden voorgoed opgegeven. De westelijke provincies in Gallië en het Iberisch Schiereiland waren al sinds de opstand van Postumus in 261 een apart rijk, dat nu in handen van Tetricus I was, maar deze verliet zijn eigen troepen en onderwierp zich aan de Romeinen. Ook in het oosten wist de keizer een eind te maken aan de opstand van Zenobia uit Palmyra. Daarmee was het rijk weer grotendeels verenigd, als was het met enig verlies van grondgebied. HervormingenFinancieel was het nog steeds een chaos. Er was gierende inflatie en er was zelfs een opstand van de muntmeesters geweest. Aurelianus hervormde het muntsysteem. De antoninianus bevatte vrijwel geen zilver meer. Hij voerde de aurelianianus in, die een verbeterde versie ervan was. Hij probeerde ook een aanzet te geven in de richting van een staatsreligie door de cultus van Sol Invictus, de zonnegod, te bevorderen. DoodHij bereidde een veldtocht in het oosten voor en had een aantal stammen uit de Kaukasus weten te bewegen Atropatene binnen te vallen. Het Perzische Rijk onder Bahram I stond er niet veel beter voor dan het Romeinse, maar voor Aurelianus daar munt uit kon slaan werd hij vermoord (275). Marcus Claudius Tacitus werd zijn opvolger. Noten
Antieke bronnen
Referenties
More about Aurelianus: aurelianus caelius, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.